Indicatoren


Op 11/11/2016 zijn in de City Deal Circulaire Stad de volgende bepalingen en afspraken rond monitoring en indicatoren overeengekomen:

  • In artikel 1 is het doel geformuleerd om aan het einde van de looptijd van deze City Deal te beschikken over indicatoren ten behoeve van de ontwikkeling van een monitoringssysteem om de voortgang naar een regionale circulaire economie inzichtelijk te maken.
  • In artikel 2 is overeengekomen dat Partijen een werkgroep oprichten die voorstellen doet voor indicatoren om de voortgang van de circulaire economie inzichtelijk te maken.
  • In artikel 3 is als een van de bijdragen van iedere City Deal-gemeente benoemd, dat eenieder actief deelneemt in de ontwikkeling van een gezamenlijk monitoringsysteem en deze toepast voor haar eigen beleid. Waar mogelijk wordt gebruik gemaakt van bestaande Europese en landelijke systemen en het ministerie van IenM (nu IenW) coördineert deze inzet.

Nu aan het einde van de looptijd, zijn de resultaten als volgt.

De werkgroep heeft geconstateerd dat er op verschillende plekken wordt gewerkt aan de ontwikkeling van indicatoren ten behoeve van een monitoring systeem. Om die reden heeft de werkgroep ervoor gekozen om niet zelf indicatoren te ontwikkelen, maar samen te brengen wat er al op verschillende niveaus wordt ontwikkeld.

Aanleiding

In de transitie naar een circulaire stad (en naar de hele circulaire economie) bestaat een grote behoefte aan breed gedragen indicatoren. We wéten dat we tot een 100% circulaire stad willen komen, maar hoe meet je dat? We wéten dat de circulaire economie ons niet alleen reductie van materiaalgebruik brengt, maar ook bijdraagt aan de energietransitie, klimaatverandering, impact op natuur, werkgelegenheid en economische kansen.

Dit leidt tot de behoefte aan een gedragen indicatoren-set, die de breedte en flexibiliteit heeft om uitspraken te kunnen doen over de ‘circulariteit’ van een stad, project, product, gebouw of gebiedsontwikkeling – maar óók de handvatten geeft om (de impact van) nieuwe projecten, initiatieven, producten of ontwikkelingen op waarde te kunnen schatten en/of vergelijken.

Samenbrengen  en aansluiten

Op vele deelterreinen zijn of worden indicatorensets ontwikkeld, met wisselende scope, doelstellingen, draagvlak en toepasbaarheid. Ook tussen schaalniveaus (wereldwijd, Europees, landelijk, regionaal of gemeentelijk) en tussen steden onderling zien we verschillende focus en prioritering – die soms regionaal of context gebonden is, maar ook politiek/bestuurlijk.

Om de benodigde breedte en flexibiliteit in deze indicatoren set toe te laten, hebben we ons laten inspireren door de landelijke aanpak in twee recente publicaties:

  • De Monitor Brede Welvaart, waarin de Tweede Kamer enerzijds een meetbare, definitie geeft van welvaart, welzijn en natuur in de context van alle duurzame dossiers, maar de ‘weging’ van prioriteiten aan de politiek laat;
  • PBL/CBS-publicatie “Wat we willen weten en wat we kunnen meten” bij de transitieagenda’s van het grondstoffenakkoord Nederland Circulair 2050. De nadrukkelijke onderkenning dat we nog niet alles op het gewenste detail- en kwaliteitsniveau kunnen meten, weerhoudt ons niet van het benoemen van de gewenste indicatoren. Met voldoende abstractie en vrijheid om alternatieve indicatoren te kiezen in de geest van bedoelde doel, context en haalbaarheid. Ook de mondiale, nationale en lokale invulling van de Wereldwijde Ontwikkelingsdoelen (SDG’s) kiest deze pragmatische aanpak.

De indicatoren set van de City Deal Circulaire Stad is vervolgens samengesteld om maximaal aan te sluiten bij een aantal gerelateerde sets en instrumenten:

  • De hierboven genoemde SDG’s, Monitor Brede Welvaart en PBL/CBS-publicatie;
  • De indicatoren sets van Almere en Haarlemmermeer;
  • De indicatoren achter de MPG/MKI standaard voor gebouwen;
  • De criteria die door RIVM gebruikt zijn bij de evaluatie van MVI;
  • De indicatoren set die in opdracht van de MRA (met de Citydeal partners Amsterdam, Haarlemmermeer en Almere) en de gemeente Amsterdam op dit moment wordt ontwikkeld.

Hierbij kiezen we voor een mate van abstractie die ruimte laat voor invulling en gedetailleerde meting en monitoring volgens verschillende definities en tools in eigen context, schaalniveau en theoretisch kader.

Om vervolgens met elkaar tot (op elkaar aansluitende) monitoring en eenduidige meetmethodieken te komen is het van groot belang om met genoemde partijen bij elkaar te brengen om deze vervolgens op elkaar aan te sluiten.

Deze  Indicatoren set is opgebouwd in 3 dimensies:

De status indicatoren beschrijven het primaire doel van de circulaire economie: 100% Circulair betekent immers géén input meer van ruwe grondstoffen/materialen en geen afval.

De project/impact indicatoren beschrijven de impact op het hoofddoel en gerelateerde energie, materiaal en overige (brede) welvaartseffecten.

De proces-indicatoren beschrijven de inspanningen, processen en mate van voortgang van de transitie zélf, die zal moeten leiden tot voornoemde hoofddoel en impact.

Deze indicatoren set biedt dus geen dwingende lijst met doelstellingen, weging of techniek – maar juist een handreiking om deze in elke context, eenduidig te kunnen opstellen.

Zo biedt het stelsel handvatten op lokaal niveau om in te zetten bij inkoop, aanbesteding, circulaire gebiedsontwikkeling en gronduitgifte. Op regionaal en landelijk niveau om te komen tot monitoringsystemen, in elk geval ondersteunend aan de transitieagenda’s.

De meerwaarde van het hanteren van een dergelijke standaard, laat zich vervolgens vertalen in de vergelijkbaarheid én de mogelijkheden om uitkomsten uit verschillende contexten en instrumenten bij elkaar te kunnen brengen en ‘op te tellen’ tot gezamenlijke impact voor de stad alsmede op bijvoorbeeld Brede Welvaart of SDG’s.

Aanbevelingen

De werkgroep doet de volgende aanbevelingen:

  1. deze set van indicatoren op verschillende niveaus in de eigen organisaties te gaan uittesten a- om (in elk geval) de eigen projecten te kwalificeren
    b- en (zo mogelijk) de ´circulariteit´ van de lokale economie;
  2. andere overheden en partijen uit te nodigen zich hierbij aan te sluiten
  3. deze set van indicatoren ook in regionaal verband te gaan uittesten,
    waarbij de betrokken partijen zelf de accenten bepalen;
  4. dit vervolg van uittesten te laten coördineren en faciliteren door de rijksoverheid partners (BZK-IenW-EZ) in het aanbrengen van synergie tussen de verschillende schaalniveaus (Rijk, regio en gemeenten) en het bieden van begeleiding
  5. zo in samenhang met de ontwikkeling van landelijke monitors de resultaten van de inspanningen bij de transitieagenda’s inzichtelijk te maken.

Via deze link kunt u de hele indicatoren set downloaden.